In de latere levensbeschrijvingen is Nicolaas al vanaf zijn geboorte uitzonderlijk. Op de dag van zijn eerste bad zou hij zonder hulp rechtop in de schaal hebben gestaan. Op woensdag en vrijdag - de traditionele christelijke vastendagen - dronk hij volgens de overlevering slechts eenmaal van zijn moeder. Als kind vermeed hij luidruchtig spel, bezocht hij graag de kerk en bracht hij wat hij uit de Schrift leerde meteen in praktijk. Zo presenteert de legende zijn latere heiligheid niet als een plotselinge bekering, maar als een bestemming die vanaf het begin zichtbaar was.
BRONKRITISCHE NOTITIE
Deze wonderlijke jeugd ontbreekt in het vroegste bewaarde Stratelates-verhaal en hoort bij een latere hagiografische laag. Een deel van de jeugdscènes is waarschijnlijk versterkt door vermenging met het leven van de zesde-eeuwse Nicolaas van Sion.
BRONNEN BIJ DEZE LEGENDE
01. Johannes de Diaken, Vita S. Nicolai (ca. 880), hoofdstukken over geboorte en jeugd
02. Jacobus de Voragine, Legenda aurea, 'Life of St. Nicholas' (13e eeuw)